Fonteinkruid, slib en het Markermeer – Deel II

Markermeer
Markermeer, de weidsheid van groot open water

‘In de jaren ’90 is het water van het Markermeer troebeler geworden door een toename van de hoeveelheid slib’, beweert Rijkswaterstaat in een notitie (2016) in het kader van het opstellen van een Milieu Effect Rapportage. Dit is klinkklare onzin.

Sinds de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 en de aanleg van de Houtribdijk in 1975 kan er immers geen slib meer in het Markermeer bijkomen. Het probleem is niet méér slib maar het neerslaan van slib op de bodem. Ten tijde van de Zuiderzee was de bodem niet vast maar permanent in beroering.

Natuurlijke dynamiek verstoord

De Zuiderzee was een ondiep, turbulent water met een grote diversiteit aan vogels en vissen, bodembewoners, schelp- en schaaldieren. De grote binnenzee was rijk aan micro-organismen, aangevoerd vanuit de Noordzee, de IJssel en de Vecht. Ze vormden de basis van de voedselketen. Het door de rivieren afgezette slib werd door stromingen en het op- en afwaaien van grote watermassa’s voortdurend opgewerveld en verplaatst. Trekvissen maakten voor hun voortplanting gebruik van stromingen om de Zuiderzee binnen te komen en weer weg te trekken. Bij harde wind uit noordelijke richtingen stuwde het zeewater op in de Kom, het zuidelijk deel van de Zuiderzee. Hier verzamelde zich veel slib, dat via een onderstroom weer in beweging werd gebracht. Slib maakte het water troebel. Troebel water bood vissen bescherming tegen natuurlijke vijanden als vogels en roofvissen.

Slibrijk water
Bij harde wind wordt het water in het Markermeer grijs door opgewerveld slib
Ecologisch evenwicht

Menselijk ingrijpen heeft het ecologisch evenwicht in het vroegere Zuiderzeegebied drastisch verstoord. Met de aanleg van de Afsluitdijk, de nieuwe polders en de Houtribdijk is het bestaande ecosysteem om zeep geholpen. Er is te weinig natuurlijke dynamiek in het Markermeer. Het  slib wordt onvoldoende in beweging gebracht en slaat neer, waardoor het water helderder wordt en de bodem vaster, met alle nadelige gevolgen van dien. Gezien de negatieve ecologische effecten zouden we tegenwoordig, zoals nu ruiterlijk wordt erkend, niet meer kiezen voor afsluiting met dijken maar voor een (half)open zeewering. Dankzij het fosfaatverbod in de jaren tachtig slonk de aanwas van fytoplankton nog eens aanzienlijk. Dit had tot gevolg dat de door de Afsluiting al dramatisch teruggelopen visstand halveerde.

‘Schoon’ water

De overheid toont zich zó bezorgd over de waterkwaliteit van het Marker-en IJmeer dat je zou denken dat men alles in het werk stelt om de vroegere dynamiek in het water terug te brengen. Maar nee. De luwtedammen in het Hoornse Hop zijn gelukkig van de baan, maar Rijkswaterstaat gaat niettemin voort op de verkeerde weg. Het Markermeer wordt gezien als een proeftuin. In de ambitie om een prestigeproject van ‘internationale allure’ te creëren bedenkt men allerlei plannetjes, gebaseerd op drogredenen en een foute diagnose. Biologen spreken elkaar tegen en zaaien verwarring door te roepen dat het water helderder moet worden, want helder water is schoon water en schoon water is goed voor het milieu. Niets is minder waar, want:

1. Hoe ‘schoon’ het water is valt niet af te lezen aan de helderheid ervan;

2. In helder water kunnen vissen niet schuilen voor natuurlijke vijanden als vogels en roofvissen;

3. Sommige vissoorten kunnen niet leven bij helder licht;

4. Toetreding van zonlicht in ondiep water bevordert de plantengroei en planten maken het water nóg helderder;

5. De biodiversiteit van het Markermeer is gebaat bij troebel water en de aanwezigheid van voldoende fytoplankton.

‘Meekoppelkansen’

Het Markermeer wordt op deze manier stukje bij beetje geannexeerd voor landaanwinning in de vorm van woningbouwlocaties, eilanden, dammen, plantenzones, ‘oermoeras’, verondiepingen en wat dies meer zij. Met de zorgelijke ecologie als excuus. Inpoldering via de achterdeur?

Sinds de aanleg van dijken en polders is het milieu van Marker- en IJsselmeer zich nog steeds aan het aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Hernieuwd menselijk ingrijpen blokkeert deze aanpassing. De geplande werkzaamheden zullen de natuurlijke processen in het Markermeer jarenlang verstoren. Nietsdoen is geen optie, maar de gevolgen van de plannen van Rijkswaterstaat zijn op geen enkele manier te berekenen of te overzien. Die internationale ‘allure’ kon wel eens een internationale blamage worden!

Het gaat de overheid ook helemaal niet om het verbeteren van de ecologie van het Markermeer. ‘Door te investeren in natuur ontstaat meer juridische ruimte voor grootschalige stedelijke en recreatieve ontwikkelingen’, zo schrijft men onverbloemd in de Reikwijdtenotitie van 2016. De plannen moeten ‘meekoppelkansen’ bieden (denk aan recreatiemogelijkheden). Een extra bedreiging dus voor het grote Blauwe Hart van Nederland.

Doorstroomopeningen Houtribdijk

Nederland heeft van oudsher een moeilijke verhouding met het water. Als men nu écht iets baanbrekends wil doen dat internationaal opzien baart, dan is dat het maken van flinke doorstroomopeningen in de Houtribdijk, zoals de IJsselmeervereniging voorstelt. Dat kan de nodige dynamiek in het water terugbrengen, een belemmering voor de trekvissen wegnemen en de instroom van fytoplankton verbeteren. Verlies van water door landaanwinning nog eens compenseren met land is echt het slechtste wat er kan gebeurden. De leuze uit de jaren zeventig is nog onverminderd van kracht: ‘Markerwaard met water meer waard voor later’. En voor nú trouwens ook.

Fonteinkruid in plaats van vis
Fonteinkruid in plaats van vis in het kuilnet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *