Fonteinkruid, slib en het Markermeer – Deel I

Fonteinkruid
Fonteinkruid, een plaag voor de watersport op het Markermeer

Fonteinkruid is een plaag voor de watersport op het Markermeer en een ernstige bedreiging voor de toekomst van dit grote open water. Maar de plannenmakers van Rijkswaterstaat vormen een nog grotere bedreiging. Onder het mom van ‘verbeteren van de ecologische kwaliteit van het Markermeer’ verzinnen ze zogenaamde ‘nieuwe natuur’-projecten die de waterkwaliteit alleen nog maar zullen verslechteren. Deze projecten moeten de aandacht afleiden van het feit dat de Randstad (met name Amsterdam en Almere) water aan het Markermeer wil onttrekken voor grote nieuwe woningbouwlocaties. Dat mag niet volgens Natura 2000. Tenzij je het verlies aan natuur elders compenseert…

Natuurcompensatie bij de ‘buren’

Het grootste deel van het Markermeer valt onder Provincie Flevoland. De gebiedsgrenzen strekken tot vlak voor de kust van West-Friesland en Waterland. Ze vallen samen met de grens van de gelukkig nooit aangelegde Markerwaardpolder. Een grenswijziging ligt voor de hand, maar die heeft helaas nooit plaatsgehad. Zo kan het gebeuren dat plannen voor ‘nieuwe natuur’ door Flevoland worden geprojecteerd langs de uiterste grenzen van de provincie: voor de deur van Hoorn en andere plaatsen langs de Westwal. Die zijn daar niet blij mee.

Speeltuin

Om die ‘nieuwe natuur’-projecten bij het volk te promoten mochten tal van maatschappelijke organisaties (de ‘stakeholders’) hun wensen indienen. Het Markermeer werd zo een toverbal met voor elk wat wils én een speeltuin voor projectontwikkelaars. Vier ministeries gaven hun zegen en een loterij schonk 15 miljoen euro voor aanleg van de ‘Marker Wadden’. Een project met een misleidende naam, want met wadden heeft het niets te maken. De groep kunstmatige eilanden bij de Houtribdijk wordt opgebouwd uit overtollig slib van de Markermeerbodem. Maar zonder dat daar ruchtbaarheid aan is gegeven is een apart aangelegd proefdepot gevuld met zwaar vervuild slib uit de vaargeul van het IJ. Daar mocht jarenlang niet gebaggerd worden omdat men zich geen raad wist met de vervuilde grond. Vermoedelijk is de grond vermengd met schoner slib om binnen de milieunorm te blijven. Deze slibstorting had plaats nog vóór de aanleg van de Marker Wadden in het voorjaar van 2015. Als dát de manier is om de waterkwaliteit van het Markermeer te verbeteren…

Natuur is niet maakbaar

Vissen dienen in de plannen van Rijkswaterstaat louter als vogelvoer. Ze hebben kennelijk geen andere waarden. Maar natuur is niet maakbaar. Je kunt vogels, vissen en planten niet zomaar dirigeren naar de plek waar je ze hebben wilt en ze daar houden. Met hier en daar eilanden, een moeras, vogels en waterplanten zal de ecologie van het Markermeer als geheel niet verbeteren. Integendeel. Delen van het meer zullen dichtgroeien, enkele bestaande vissoorten zullen definitief verdwijnen, moerassen zullen insecten (muggen!) aantrekken. Over de beheersbaarheid van de experimenten wordt nergens iets aangegeven. Als het uit de hand loopt wordt er opnieuw overlegd met de ‘stakeholders’. En dan is het al te laat.

Lopend buffet

Wat te denken van onderstaande voorbeelden van ongewenste gevolgen van ‘nieuwe natuur’?

  • Aalscholvers waren niet welkom op het in 2004 nieuw opgeworpen vogeleiland De Kreupel. Daarom mochten er geen bomen groeien. De aalscholvers pasten zich echter snel aan. Ze broeden in een grote kolonie op het vlakke zand.
  • Dankzij oeverbescherming werden de nesten van visdiefjes op De Kreupel niet door golven overspoeld. Natuurlijke vijanden ontbreken. Gevolg: een ongebreidelde groei van de populatie. Al die vogels zoeken hun voedsel binnen een beperkte actieradius, zodat daar geen vis meer te bekennen valt en reeds talloze jonge vogels de hongerdood stierven: leve de ‘nieuwe natuur’!
  • Of neem het plan voor een vogelgebied bij Kornwerd, niet ver van de nieuw aan te leggen vismigratierivier in de Afsluitdijk. De vismigratierivier zal gaan fungeren als lopend buffet voor de vogels.
  • Ander voorbeeld van ‘succesvolle nieuwe natuur’: de Hoekelingsdam, een luwtedam als ‘natuurcompensatie’ voor IJburg. Hier broeden onder meer honderden paren meeuwen, die voor hun maaltijd jonge weidevogels in de omgeving uit de nesten plukken.
  • Op de voortdurend in beroering zijnde bodem van de Zuiderzee groeiden geen planten, op enkele kleine luwe plekken na. De eerste plantensoort die zich in de nu dikke sliblaag weet te handhaven is het fonteinkruid, een pioniersplant. Deze maakt op den duur de weg vrij voor andere planten, zoals kranswieren, die al voorkomen in de Gouwzee. Het maaien van fonteinkruid, wat nu op enkele plaatsen in het Markermeer gebeurt, is slechts symptoombestrijding. Het is zelfs de vraag of het maaien de groei niet juist bevordert…

Water is volgens Rijkswaterstaat klaarblijkelijk geen natuur. Eerst wil men water aan het Markermeer onttrekken voor land (woningbouw) om dat vervolgens te ‘compenseren’ met land (eilanden, moeras, plantenzones, dammen). Nieuw land dat bovendien ruimte moet bieden voor meer recreatie. Een driedubbele aantasting van het Markermeer dus!

Lees ook: ‘Fonteinkruid, slib en het Markermeer – Deel II’, over menselijk ingrijpen in de natuurlijke dynamiek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *